Home / Ils sont partis avant le fromage

De twee vaders spelen pétanque op het parket. Boules raken stoelen; de rijst kraakt.
Illustratie bij het liedje · gemaakt met AI-ondersteuning

Liedjes · 08 / 12

Quatre boules et du riz

De twee vaders spelen pétanque op het parket. Boules raken stoelen; de rijst kraakt.

Liedjes
08 / 12
Speelduur
4:02
Taal
Frans

Spotify · Quatre boules et du riz

Luister op Spotify

Songteksten

Mijn zoon is op de scooter vertrokken. Zijn vier boules liggen in mijn kofferbak. De vader van de bruid trekt een cirkel met zijn voet. Ik strooi een handvol rijst in het midden. De beheerder zegt: “Geen boules op het parket.” Ik gooi voordat hij zijn zin afmaakt.

Mon fils est parti sur le scooter. Ses quatre boules sont dans mon coffre. Le père de la mariée trace un cercle avec le pied. Je verse une poignée de riz au milieu. Le gardien dit : « Pas de boules sur le parquet. » Je lance avant la fin de sa phrase.

Hij legt kort. Weer kort. Altijd voorzichtig. Ik schiet op zijn boule en raak een stoelpoot. Een rode kroonkurk glijdt naar de keukens. Hij raapt de rijst op zonder me aan te kijken.

Il joue court. Encore court. Toujours prudent. Je tire la sienne et touche le pied d'une chaise. Une capsule rouge glisse vers les cuisines. Il ramasse le riz sans me regarder.

Leg. Schiet. Raak. Opnieuw.

Pointe. Tire. Frappe. Reprends.

“Je mikte op de stoel van je zoon.” Ik antwoord: “Ja.” Het parket is opengespleten, twee vingers breed. De beheerder brengt een geel bord. We verplaatsen de cirkel.

« Tu visais la chaise de ton fils. » Je réponds : « Oui. » Le parquet s'est ouvert sur la largeur de deux doigts. Le gardien apporte un panneau jaune. Nous déplaçons le cercle.

Ik leg te ver. Hij schiet te kort. Mijn boule rolt tussen zijn schoenen door. Hij houdt het butje in zijn gesloten vuist. Ik steek mijn hand uit. Hij houdt de zijne dicht.

Je pointe trop long. Il tire trop court. Ma boule passe entre ses chaussures. Il garde le cochonnet dans son poing fermé. Je tends la main. Il la garde fermée.

Leg. Schiet. Raak. Opnieuw.

Pointe. Tire. Frappe. Reprends.

Mijn laatste boule raakt de radiator en blijft eronder liggen. Hij stopt het butje in zijn zak. We rapen de rijst op. Een paar korrels kraken onder onze zolen.

Ma dernière boule touche le radiateur et reste dessous. Il pose le cochonnet dans sa poche. Nous ramassons le riz. Quelques grains craquent sous nos semelles.

Tekst en compositie: Björn Lundberg
© 2026 Lundberg Selection